Zo bepaal je welke vrijwilligersvergoeding past
Je doet vrijwilligerswerk en de organisatie wil je daarvoor een bedrag geven of kosten terugbetalen. In 2026 gelden specifieke grenzen voor een onbelaste vrijwilligersvergoeding, maar ook de vorm en onderbouwing van de betaling tellen mee.
Een vergoeding is niet automatisch belastingvrij omdat je vrijwilligerswerk doet of omdat het bedrag klein lijkt. De Belastingdienst kijkt onder meer naar de vergoeding per uur en het totaal per maand en kalenderjaar. Ook maakt het uit of je een beloning voor je inzet krijgt of uitsluitend werkelijk gemaakte kosten terugkrijgt. Met die verschillen kun je vooraf duidelijke afspraken maken en achteraf controleren of de betaling klopt.
Welke bedragen gelden in 2026?
In 2026 kan de vrijwilligersvergoeding onder de regeling blijven als je niet meer ontvangt dan € 5,75 per uur wanneer je 21 jaar of ouder bent, of € 3,40 per uur wanneer je jonger bent dan 21. Daarnaast gelden een maximum van € 220 per maand én € 2.200 per kalenderjaar. De bedragen en voorwaarden staan bij de Belastingdienst uitgelegd en gelden voor het totaal van de vergoeding voor je inzet.
Je moet binnen de toepasselijke grenzen blijven. Een laag jaartotaal maakt een overschrijding van het maandmaximum dus niet ongedaan. Volgens de Belastingdienst kan bij overschrijding de volledige vergoeding belast zijn, niet alleen het deel boven de grens. De organisatie moet dan nagaan of loonheffingen moeten worden ingehouden. Een hoger uurbedrag kan soms toch onder de regeling vallen als de organisatie aannemelijk kan maken dat het niet marktconform is.
Krijg je een vergoeding voor je inzet of alleen voor kosten?
Een vergoeding voor je inzet is geld of een ander voordeel dat je krijgt voor het werk zelf. Een kostenvergoeding dekt daarentegen uitgaven die je werkelijk voor het vrijwilligerswerk hebt gedaan, zoals reis- of materiaalkosten. Als je de gemaakte kosten kunt aantonen en er geen extra bedrag overblijft, kan die vergoeding buiten de vrijwilligersbedragen vallen. De Rijksoverheid licht de onkostenvergoeding toe.
Zijn er zowel een vergoeding voor je inzet als een kostenvergoeding, vraag dan hoe de organisatie die bedragen behandelt. De Belastingdienst kan kostenvergoedingen en verstrekkingen laten meetellen bij de grenzen van de regeling. Een uitzondering geldt voor bepaalde aankopen die je voor de organisatie doet; bewaar daarom bonnetjes en leg het doel van de uitgave vast.
Hoe spreek je het bedrag praktisch af?
Begin met vaststellen wat de organisatie wil vergoeden: je inzet, gemaakte kosten of beide. Vraag vervolgens of er een bedrag per uur, per activiteit of per maand is afgesproken. Bij een vergoeding per activiteit moet de organisatie die kunnen omrekenen naar een bedrag per uur. Controleer daarna het verwachte totaal per maand en per kalenderjaar, inclusief eventuele verstrekkingen.
Als je nog zoekt naar passend vrijwilligerswerk, helpt het om bij het eerste gesprek meteen te vragen welke vergoeding en kostenregeling gelden. Zo kun je ook vrijwilligerswerk in Maastricht kiezen met vooraf heldere afspraken. Ontvang je een uitkering, controleer dan daarnaast welke meld- of verrekenregels voor jouw situatie gelden; de belastingregels voor een vrijwilligersvergoeding beantwoorden die vraag niet automatisch.
Wat leg je vast en wat controleer je achteraf?
Vraag de organisatie om de afspraken schriftelijk te bevestigen: welk bedrag is voor je inzet, welke kosten worden vergoed en hoe worden eventuele spullen of andere voordelen gewaardeerd? Houd zelf bij wat je ontvangt en bewaar bewijs van uitgaven. Vergelijk na elke betaling het maandtotaal met de grens en houd gedurende het kalenderjaar ook het jaartotaal bij.
Klopt de vergoeding niet met de gemaakte afspraken, of dreig je een grens te overschrijden, bespreek dat dan voordat de volgende betaling plaatsvindt. Vraag de organisatie welke fiscale behandeling zij toepast en neem bij twijfel contact op met de Belastingdienst. Een organisatie kan je vergoeding niet belastingvrij maken door er alleen een ander etiket op te zetten: de aard en hoogte van de betaling blijven van belang.
Veelgestelde vragen
Geldt het maximum voor vrijwilligersvergoedingen per organisatie of per vrijwilliger?
De Belastingdienst beoordeelt de vergoeding die jij ontvangt; de maand- en jaargrenzen gelden voor het totaal van je vrijwilligersvergoedingen. Krijg je vergoedingen van meer dan één organisatie, tel die dan bij elkaar op om te beoordelen of je binnen de grenzen blijft. Bespreek met de betrokken organisaties welke bedragen je ontvangt, zodat zij de regeling goed kunnen toepassen.
Is een vergoeding boven de uurgrens altijd belast?
Niet automatisch. De genoemde uurbedragen zijn grenzen waarbij de Belastingdienst ervan uitgaat dat de vergoeding niet marktconform is. Een organisatie kan soms onderbouwen dat een hoger bedrag per uur nog steeds niet marktconform is. Zonder die onderbouwing kan de vrijwilligersregeling niet gelden. Laat de organisatie daarom vooraf uitleggen hoe zij het bedrag beoordeelt en welke loonheffingen eventueel nodig zijn.
Telt een vergoeding mee als ik die als tegoed of spullen ontvang?
Een vergoeding in natura, zoals spullen of een tegoed, kan meetellen bij de grenzen voor de vrijwilligersregeling. De waarde kan dus relevant zijn naast geld dat je ontvangt. Een aankoop die je namens de organisatie doet en waarvan je de kosten terugkrijgt, is iets anders dan een voordeel voor jezelf. Leg vast wat je hebt gekocht en voor welk werk het nodig was.